Spreekuur

Iedere werkdag is de Rechtswinkel telefonisch bereikbaar voor juridische vragen op 020-6731311. Liever langskomen? Dat kan tijdens het inloopspreekuur op woensdag- en donderdagavond.

TELEFONISCH SPREEKUUR

Maandag 10.00 – 17.00 uur
Dinsdag 10.00 – 17.00 uur en
18.30 – 21.00 uur
Woensdag 10.00 – 17.00 uur
Donderdag 10.00 – 17.00 uur
Vrijdag 10.00 – 17.00 uur

INLOOPSPREEKUUR

Woensdag 18.00 – 19.30 uur
Donderdag 18.00 – 19.30 uur

Voor een advies hoeft u geen afspraak te maken. Om zoveel mogelijk mensen te helpen, staat voor een gesprek maximaal 15 minuten gepland. Het is daarom belangrijk dat u helder voor ogen heeft waarover u advies wilt inwinnen. Zorg dat u alle relevante documenten omtrent het geschil bij de hand heeft. U wordt altijd te woord gestaan door twee medewerkers. Zij kunnen u adviseren in het Nederlands en het Engels. Heeft u een kleine juridische vraag, dan raden wij u aan de Rechtswinkel eerst telefonisch te benaderen.

* De medewerkers beantwoorden geen juridische vragen over het straf-, migratie- en belastingrecht. Verder kunnen de openingstijden afwijken in verband met feestdagen of vakantie.

Over ons

De Rechtswinkel Amsterdam geeft al sinds 1972 juridisch advies. Dit wordt mogelijk gemaakt door 32 enthousiaste universitaire rechtenstudenten die zich naast hun studie vrijwillig inzetten voor de Rechtswinkel. Om bezoekers zo goed mogelijk te kunnen adviseren met informatie die up-to-date is, krijgt het team iedere week scholingen over uiteenlopende onderwerpen. Verder krijgen de medewerkers een aantal keer per jaar de mogelijkheid om kantoren te bezoeken of een zitting bij te wonen. Binnen de Rechtswinkel zijn er secties en commissies. De secties specialiseren zich in een rechtsgebied en de commissies houden zich bezig met o.a. het scholingsaanbod, procederen, activiteiten en publiciteit. Er is dus volop ruimte voor het team om op ieders manier een bijdrage te leveren aan de Rechtswinkel. Alle medewerkers van de Rechtswinkel maken het samen mogelijk dat de stichting kan doen waarvoor ze is opgericht: Het geven van gratis juridisch advies!

> De medewerkers

Werken bij

Ben jij een enthousiaste en ambitieuze rechtenstudent? Kom dan ons team versterken!

Wat houdt werken bij de Stichting Rechtswinkel Amsterdam in?

Als medewerker van de Rechtswinkel geef je gratis juridisch advies aan cliënten die daar behoefte aan hebben. De medewerkers zijn iedere werkdag telefonisch bereikbaar, maar cliënten kunnen ook langskomen op het inloopspreekuur. De inloopspreekuren vinden plaats op woensdagavond en donderdagavond. In koppels van twee studenten sta je de cliënten te woord, en probeer je hen zo goed mogelijk juridisch advies te geven. Na het inloopspreekuur wordt er contact opgenomen met een advocaat. Met de advocaat bespreek je de zaak, en het advies dat je gegeven hebt. Weet je niet in één keer het antwoord? Maakt niet uit! De advocaat helpt je daarbij.

Elke maandagavond organiseert de Rechtswinkel een verplichte (bij)scholing. Deze scholingen worden gegeven door interessante sprekers, werkzaam in verschillende rechtsgebieden. Als medewerker van de Rechtswinkel moet je maandagavond beschikbaar zijn. Zorg dus dat je dan vrij bent om deze leerzame avond mee te maken.

Pleiten voor de rechter? Ook dat kan! De Rechtswinkel biedt de mogelijkheid om te procederen voor de kantonrechter. Wanneer alle mogelijkheden tot een buitengerechtelijke oplossing uitgeput zijn, kan in overleg met de procedeercommissie en een advocaat besloten worden om een zaak aan te nemen. In duo’s bereid je de zaak voor en schrijf je de dagvaarding. Je wordt hierin bijgestaan door ervaren medewerkers en een advocaat.

Lijkt het jou leuk om ons team te versterken vanaf januari 2020? Stuur dan voor 6 december je CV, cijferlijst en motivatiebrief naar sollicitaties@rechtswinkelamsterdam.nl!

Sponsoren

Sinds 2013 wordt de Rechtswinkel financieel ondersteund door de Brauw Blackstone Westbroek, Allen & Overy en Loyens & Loeff. Deze advocatenkantoren maken tevens deel uit van de Raad van Advies.

 

Voor vragen over sponsoring kunt u een e-mail sturen naar penningmeester@rechtswinkelamsterdam.nl of bellen naar 020-6733811.

Stichting Vrienden Rechtswinkel Amsterdam

De Stichting Vrienden Rechtswinkel Amsterdam (hierna: SVRA) heeft tot doel de Stichting Rechtswinkel Amsterdam te ondersteunen in al haar facetten.
Het bestuur van de SVRA lokaliseert zoveel mogelijk oud-rechtswinkeliers om hen middels de jaarlijkse reünistenborrel en nieuwsbrief op de hoogte te houden van alle ontwikkelingen rondom de Rechtswinkel. Op deze manier wordt het actieve netwerk in stand gehouden en vergroot. Oud-rechtswinkeliers kunnen namelijk niet alleen veel voor elkaar maar ook voor de Rechtswinkel betekenen.
Graag willen wij als SVRA samen met al onze leden als vangnet voor de Rechtswinkel fungeren. Zo kunnen we met ons netwerk de continuïteit, stabiliteit en professionaliteit van de Rechtswinkel waarborgen.

Bent u oud-rechtswinkelier, spreekt het SVRA-netwerk u aan en wilt u graag op de hoogte worden gehouden? Stuur dan een e-mail naar stichting.svra@gmail.com. U kunt ook een kijkje nemen op onze LinkedIn-pagina of Facebook-pagina !

Veel gestelde vragen

Huurrecht

Wanneer heeft de verhuurder het recht om de huur op te zeggen?

De huurder en de verhuurder kunnen het eens zijn over beëindiging van de huurovereenkomst en deze met wederzijds goedvinden beëindigen, bijvoorbeeld als de huurder expliciet instemt met een opzegging door de verhuurder.

Indien de verhuurder van zijn kant de huurovereenkomst wil opzeggen is deze opzegging gebonden aan een aantal voorschriften.

  • Er moet worden opgezegd per aangetekende brief of bij deurwaardersexploot;
  • De verhuurder moet hierin de opzeggronden vermelden;
  • Het moet gaan om een of meer  wettelijke opzeggronden (hieronder).- Een huurovereenkomst voor onbepaalde tijd dient opgezegd te worden tegen een voor betaling van de huurprijs geldende dag, meestal is dat de eerste van de maand.
  • Er moet een opzegtermijn in acht worden genomen, variërend van 3 tot 6 maanden. De minimum opzegtermijn is drie maanden. Voor elk jaar dat de huurder ononderbroken in het genot van het gehuurde is geweest komt er een maand bij, met een maximum van zes maanden. Stel: het gaat om een huurovereenkomst voor onbepaalde tijd waarbij de huur op de eerste van de maand verschuldigd is. De huurder bewoont de woning twee en een half jaar. De opzegtermijn is dan 3+2=5 maanden. Op 15 juni zegt de verhuurder de huur op. Dat kan dan gebeuren tegen 1 december. Niet tegen een eerdere datum,wel tegen een latere, bijvoorbeeld 1 januari. Zegt de verhuurder toch tegen een eerdere datum op dan wordt de opzegging beschouwd te zijn gedaan tegen de voorgeschreven datum: 1 december.

De verhuurder kan een huurovereenkomst voor onbepaalde tijd opzeggen met inachtneming van een aantal in de wet opgenomen opzeggronden. Deze kan men vinden in artikel 7:274 BW.

De wettelijke opzeggronden zijn:

  1. De huurder heeft zich niet als goed huurder gedragen. Hierbij moet men denken aan het feit dat een huurder bepaalde verplichtingen heeft, zoals het betalen van de huur, zich onthouden van wangedrag en de buren geen overlast bezorgen. Voldoet de huurder niet aan zijn verplichtingen dan gedraagt hij zich niet al een goed huurder.
  2. Het huurcontract is tijdelijk aangegaan.
  3. De verhuurder heeft de kamer dringend nodig voor eigen gebruik. De verhuurder moet aannemelijk maken dat hij de kamer zo dringend nodig heeft, dat het voortzetten van de huurovereenkomst niet meer redelijk is. Tijdens een procedure zal de rechter de belangen van de huurder en de verhuurder afwegen. De rechter zal eventueel ook kunnen oordelen dat de verhuurder ‘passende’ vervangende woonruimte voor de huurder moet zoeken. Let wel op, koop breekt geen huur! Indien de verhuurder de woning wil verkopen is dit in beginsel geen geldige opzeggrond.

 

  1. De huurder weigert een redelijk aanbod voor een gewijzigde huurovereenkomst te accepteren.
  2. De verhuurder wil de woning een bestemming geven die overeenstemt met het bestemmingsplan.

De overeenkomst eindigt niet automatisch door opzegging door de verhuurder. Als de huurder binnen 6 weken schriftelijk afwijzend reageert of binnen die zes we­ken in het geheel niet reageert, kan de verhuurder – als hij de beëindiging wil doorzetten – een verzoek aan de Kantonrechter doen om het tijdstip te bepalen waarop de overeenkomst zal eindigen. Bij de behandeling van het verzoek neemt de rechter uitsluitend de in de opzegging vermelde gronden in aanmerking.

Wat moet ik doen om mijn borg terug te krijgen?

De borg behoort automatische door de verhuurder te worden terugbetaald op het moment dat de woning in goede staat wordt afgeleverd bij vertrek van het gehuurde. Over de vraag of de woning in goede staat is achtergelaten kan verschil van mening ontstaan. Let daarom op het volgende:

  • Is er sprake van een opleveringsrapport? Een opleveringsrapport is een overeenkomst waarin wordt opgenomen wat de staat is van de woning op moment van oplevering.
    • Zo ja, dan dient aan de hand van dat rapport te worden beoordeeld of de woning in dezelfde staat in achtergelaten als op het moment dat huurder de woning betrok.
    • Zo nee, en is het huurcontract aangegaan na 1 augustus 2003, dan dient de verhuurder te bewijzen dat de woning niet in dezelfde staat verkeert als op het moment dat de huurder het gehuurde betrok.
  • Is het huurcontract aangegaan voor 1 augustus 2003, dan dient de huurder te bewijzen dat de woning niet in dezelfde staat verkeert als op het moment dat de huurder het gehuurde betrok.

Als de verhuurder niet bereidwillig is om de waarborgsom terug te betalen, kan deze worden teruggevorderd op grond van onverschuldigde betaling.

Welke onderhoudskosten moet ik zelf betalen en welke betaalt mijn verhuurder?

In het Burgerlijk Wetboek (BW) is wettelijk bepaald voor welke soort herstellingen of reparaties aan de woning de verhuurder aansprakelijk is. Voor een aantal gebreken is de verhuurder niet aansprakelijk:

  • Een aan de huurder toe te rekenen omstandigheid (art. 7:204 lid 2 BW);
  • Een feitelijke stoornis door een derde, niet-medehuurder (art. 7:204 lid 3 BW). Denk
  • bijvoorbeeld aan overlast van een terras;
  • Een tekortkoming van het gehuurde waarvan het herstel onmogelijk is of niet te eisen uitgaven vergt (art. 7:206 lid 1 BW);
  • Een tekortkoming van het gehuurde voor het ontstaan waarvan de huurder aansprakelijk is (art. 7:206 en 7:207 lid 2 BW);
  • Een tekortkoming van het gehuurde waarvan het herstel krachtens art. 7:217 BW voor rekening van de huurder komt.

Vooral het laatste punt is van belang, omdat daaruit de verplichtingen van de huurder blijken. Bij art. 7:217 BW gaat het om kleine herstellingen. In het Besluit kleine herstellingen (2003) is vastgelegd dat kleine herstellingen door de huurder uitgevoerd moeten worden en ook voor rekening van de huurder zijn. Op de site van de Rijksoverheid is een handige overzichtstabel te vinden waarin voor enkele werkzaamheden staat aangegeven voor wiens rekening die komen. Als vuistregel kan gehanteerd worden dat kleine herstellingen die niet al te veel geld en moeite kosten door de huurder gedaan moeten worden. Groot onderhoud komt dus voor rekening van de verhuurder.

De verdeling die is op te maken uit art. 7:217 BW geldt niet ten aanzien van schade aan het gehuurde die is ontstaan door een aan de huurder toe te rekenen tekortkoming. Dit staat in art. 7:218 BW. Op grond van lid 2 van dit artikel komen deze kosten (behoudens brandschade en schade aan de buitenzijde van de gehuurde onroerende zaak) voor rekening van de huurder, tenzij sprake is van overmacht. Ook in het geval van gebreken aan- en herstellingen van veranderingen en toevoegingen die door de huurder zelf zijn aangebracht, geldt dat de huurder zelf de kosten draagt.

Welke kosten kunnen er meekomen met het huren van een woonruimte en moeten deze worden betaald?

Sleutelgeld

Dit is een bedrag dat de verhuurder aan de nieuwe huurder kan vragen voor de overdracht van de sleutel. Dit kan ook een symbolische sleutel zijn, waarbij het bedrag staat voor de start van de verhuur en toegang tot de woning. Helaas wordt sleutelgeld nog vaak verplicht gesteld, terwijl dit niet wettelijk toegestaan is. Heeft u wel sleutelgeld betaald, dan kunt u dit via de rechter terugvorderen.

Bemiddelingskosten

Het gaat hier om kosten die een bemiddelaar, bijvoorbeeld een makelaar, in rekening brengt voor het bij elkaar brengen van de huurder en de verhuurder. De kosten staan ook wel bekend als administratiekosten of makelaarskosten. Let goed op als deze zijn opgenomen in het contract, in bepaalde gevallen is het vragen van deze kosten namelijk niet toegestaan. Dit is het geval wanneer de bemiddelaar werkt in opdracht van de verhuurder, al dan niet tegen betaling. Worden er in dat geval alsnog bemiddelingskosten gevraagd, dan gaat het om het zogeheten ‘dienen van twee heren’, wat niet is toegestaan. Opnieuw geldt dat deze kosten, als zij ondanks het verbod wel gemaakt zijn, via de rechter terug te vorderen zijn.

Overnamekosten

Als de verlatende huurder goederen achterlaat in de woning, kunnen deze tegen betaling worden overgenomen door de nieuwe huurder. Hiertoe bent u echter nooit verplicht. Alleen als voorzieningen zijn aangebracht aan de woning die niet zonder schade te maken verwijderd kunnen worden, moeten ze worden overgenomen. Ze zijn dan immers onderdeel geworden van de woning. De kosten daarvoor worden dan ook vaak doorberekend in de huurprijs.

Wanneer heeft de huurder het recht om op te zeggen?

Voor de huurder gelden de volgende regels:

  • Huurders met een huurcontract voor onbepaalde tijd moeten zich bij de opzegging houden aan de opzegtermijn. De opzegtermijn voor de huurder is gelijk aan de betalingstermijn voor de huur. In de meeste gevallen betalen huurders de huur per maand. In dat geval is de opzegtermijn dan ook 1 maand. Staat in het huurcontract een opzegtermijn die langer is dan de betalingstermijn? Ook dan hoeft u maximaal 1 betalingstermijn (minimaal 1 maand en maximaal 3 maanden) van tevoren in acht te nemen;
  • De huurder dient schriftelijk en per aangetekende brief of exploot opzeggen. Dit kan zonder opgaaf van reden;
  • Als het huurcontract voor bepaalde tijd is aangegaan (dus voor een vaste periode), kan de huurder de huur pas beëindigen als die periode is verstreken, tenzij de verhuurder instemt met een voortijdige beëindiging;
Sociale zekerheidsrecht

Wat is de kostendelersnorm en wanneer is deze op mijn situatie van toepassing?

Wanneer u een bijstandsuitkering ontvangt en een woning deelt met andere volwassenen kan het zijn dat de kostendelersnorm op u van toepassing is. Het idee van de kostendelersnorm is dat u bepaalde woonkosten (huur, elektriciteit, water etc.) met de andere volwassenen kunt delen. 

Niet alle volwassenen die bij u wonen tellen mee voor de kostendelersnorm. Uitgezonderingen zijn:

  • Jongeren tot 21 jaar;
  • De persoon met wie u een gezamenlijke huishouding voert, als er geen anderen in de woning wonen;
  • De commerciële huurder/onderhuurder/kostganger of de verhuurder/onderverhuurder/kostgever die in dezelfde woning woont;
  • Kamerhuurders met een commercieel contract (en die een commerciële huurprijs betalen);
  • Studenten die een opleiding volgen die recht kan geven op studiefinanciering of tegemoetkoming studiekosten;
  • Studenten die een Beroeps Begeleidende Leerweg volgen (BBL-studenten).

 

Aantal personen van 21 jaar of ouder in een huishouden Bijstandsnorm per persoon Totale bijstandsnorm als alle personen bijstand ontvangen
1 70% 70%
2 50% 100%
3 43,33% 130%
4 40% 160%
5 38% 190%

 

Voor het recht op bijstand tellen bij de kostendelersnorm de inkomsten en het vermogen van andere huisgenoten niet mee.

(bron: www.rijksoverheid.nl)

Kom ik als zzp’er in aanmerking voor een uitkering?

Als zzp’er heeft u in beginsel geen recht op een WW-, WIA-, ZW- en WAO-uitkering. Welke uitkeringen heeft u dan wel recht op?

Volksverzekeringen

Volksverzekeringen zijn verplicht voor iedereen die in Nederland woont. Ook als zelfstandige heeft u hier recht op. Dit zijn de:

  • Algemene nabestaandenwet (Anw)
  • Algemene Ouderdomswet (AOW)
  • Wet langdurige zorg (Wia)
  • Algemene Kinderbijslagwet (AKW)

Zelfstandig en Zwanger regeling (Zez)

Bent u zelfstandige en zwanger, dan heeft u recht op een uitkering tijdens en na uw zwangerschap. De hoogte van de uitkering is maximaal 100% van het minimumloon voor een minimale duur van 16 weken. U kunt deze uitkering aanvragen vanaf het moment dat u 24 weken zwanger bent. Dit doet u bij het UWV.

Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ)

Als oudere zelfstandige heeft u misschien recht op een IOAZ-uitkering. U moet daarvoor in ieder geval aan de volgende eisen voldoen:

  • U bent tussen de 55 jaar en de AOW-leeftijd
  • Uw bedrijf levert niet genoeg inkomsten om van te leven
  • U bent van plan te stoppen met uw bedrijf

De IOAZ vult het inkomen van u en uw partner aan tot bijstandsniveau. Na de aanvraag bij uw gemeente dient u uw bedrijf te beëindigen binnen 19 maanden.

In zeer uitzonderlijke omstandigheden komt u ook in aanmerking voor een IOAZ-uitkering als u gedeeltelijk arbeidsongeschikt raakt. Informeer hiervoor bij uw gemeente.

Besluit bijstandsverlening zelfstandigen (Bbz)

Onder de volgende afzonderlijke omstandigheden komt u mogelijk in aanmerking voor een Bbz-uitkering/-financiering:

  • U bent een ondernemer en verkeert in tijdelijk financiële problemen
  • U bent 55+ en verdient niet genoeg om rond te komen
  • U moet stoppen met uw bedrijf en komt daardoor in financiële problemen

Een Bbz-uitkering/-financiering kunt u aanvragen bij uw gemeente.

Hoe kan ik bezwaar maken tegen een beslissing van een uitkeringsinstantie?

Indien u het niet eens bent met een beslissing van een uitkeringsinstantie, kunt u bezwaar maken. Schrijf dan een brief aan de uitkeringsinstantie, waarin u duidelijk uitlegt waarmee u het niet eens bent en waarom. Het adres waar u uw bezwaarschrift heen moet sturen, vindt u in de brief met de beslissing van de uitkeringsinstantie. U kunt uw bezwaar het beste aangetekend versturen.

Mag ik op vakantie gaan als ik in de Ziektewet zit?

Als u op vakantie gaat terwijl u in de Ziektewet zit moet u dit altijd aan het UWV doorgeven. Hoe en wanneer u dit moet doorgeven hangt af van de uitkering die u ontvangt. Hieronder vindt u een overzicht met alle informatie over het doorgeven van vakantiedagen.
Het UWV controleert of u zich aan uw plichten houdt. Gaat u op vakantie en geeft u dat niet of te laat aan het UWV door? Dan heeft dat gevolgen voor uw uitkering. U krijgt dan tijdelijk minder of geen uitkering en/of een boete.

Vakantie doorgeven met een WW-uitkering 

Geef uw vakantie uiterlijk 1 dag voor vertrek door aan het UWV. U doet dit met het ‘Wijzigingsformulier WW’. Dit formulier vindt u in de beveiligde omgeving van Mijn UWV. 

Het aantal vakantiedagen hangt af van uw situatie en het moment waarop uw uitkering begint:

  • U heeft recht op maximaal 20 vakantiedagen per kalenderjaar. Begint uw uitkering na 1 januari? Dan berekent het UWV uw vakantiedagen naar verhouding. Bijvoorbeeld: als uw uitkering op 1 oktober begint, krijgt u dat jaar voor 3 maanden een uitkering. U heeft dan recht op 5 vakantiedagen.
  • U hoeft niet te solliciteren op de vakantiedagen waarop u recht heeft. Gaat u langer met vakantie? Dan krijgt u over die dagen geen uitkering en heeft u wel sollicitatieplicht.
  • Heeft u vanwege uw leeftijd geen sollicitatieplicht? Dan heeft u 65 vakantiedagen per kalenderjaar. Gaat u langer met vakantie? Dan krijgt u over die dagen geen uitkering.
  • Weekenden en feestdagen telt het UWV niet mee als vakantiedagen. Een dagtochtje ziet het UWV niet als vakantie en hoeft u niet door te geven. 
  • U kunt geen vakantiedagen opsparen en meenemen naar het volgende kalenderjaar.

Vakantie doorgeven met een WIA-, WAO-, WAZ-, of Wajong-uitkering
Als u langer dan 4 weken op vakantie naar het buitenland gaat, dan moet u dit 2 weken van tevoren doorgeven. U geeft uw vakantie door met het formulier ‘Doorgeven wijzigingen als u een WIA-, WAO-, WAZ- of Wajong-uitkering heeft’ op de website van het UWV.
Gaat u korter dan 4 weken op vakantie in het buitenland? Dan hoeft u dit niet aan het UWV door te geven.
Als u in Nederland op vakantie gaat, kunt u ook langer dan 4 weken wegblijven. U hoeft dit niet door te geven. U moet tijdens uw vakantie wel bereikbaar zijn.

Volgt u een re-integratietraject? Of heeft u sollicitatieplicht? Overleg uw vakantieplannen dan eerst met UWV. En als u werkt, met uw werkgever. Als u geen re-integratietraject volgt, dan kunt u 4 weken op vakantie gaan.

Vakantieadres doorgeven met een Ziektewet-uitkering
Met een Ziektewet-uitkering heeft u geen toestemming van het UWV nodig als u op vakantie wilt. Geef u vakantie wel aan door via het formulier Wijzigingen doorgeven als u een Ziektewet-uitkering of toeslag van UWV heeft. Vul bij ‘Opmerkingen/aanvullingen’ in wanneer en hoelang u op vakantie bent.
Gaat u naar het buitenland? Dan moet u uw vakantie en uw vakantieadres uiterlijk 2 weken voor uw vertrek aan het UWV doorgeven.
Blijft u in Nederland? Dan geeft u uw vakantie binnen 48 uur na vertrek aan het UWV door. Uw vakantieadres doorgeven hoeft dan niet. 

Blijf bereikbaar!

Zorg er altijd voor dat u bereikbaar bent, ook tijdens uw vakantie. Het UWV kunt u bijvoorbeeld via een brief uitnodigen voor een gesprek. Zorg er daarom voor dat iemand anders uw post kan lezen. Lukt dat niet, laat ons dan weten dat u uw post tijdelijk niet leest.

Indien ik vergeten ben een toeslag aan te vragen, kan ik deze dan nog met terugwerkende kracht ontvangen?

Dat kan. Het UWV kan u voor de duur van een jaar een toeslag met terugwerkende kracht toekennen. Wel kan het UWV de toeslag dan tijdelijk verlagen omdat u uw aanvraag al eerder had moeten indienen. Alleen in zeer uitzonderlijke gevallen zal het UWV u een toeslag met terugwerkende kracht toekennen voor meer dan een jaar.

Arbeidsrecht

Wat is een vaststellingsovereenkomst?

Een vaststellingsovereenkomst (afkorting: VSO) wordt ook wel een ‘beëindigingsovereenkomst’ genoemd of ontslag met ‘wederzijds goedvinden’. U bepaalt dan samen met uw werkgever onder welke voorwaarden uw arbeidsovereenkomst zal eindigen en deze afspraken worden schriftelijk vastgelegd. Teken een VSO niet zomaar, neem de tijd om even na te denken over het schriftelijke ontslagvoorstel. Er zijn namelijk een aantal zaken waar u rekening mee moet houden.

Om recht te behouden op een WW-uitkering is vereist dat in de VSO staat opgenomen dat:

  • uw arbeidsovereenkomst op initiatief van de werkgever wordt beëindigd,
  • uw werkgever zich houdt aan zijn/haar opzegtermijn, en
  • u niet ernstig verwijtbaar heeft gehandeld (artikel 7:678 BW).

Let op: teken geen VSO als u ziek bent, want dan komt u waarschijnlijk niet in aanmerking voor een WW-uitkering of Ziektewetuitkering.

U heeft bij een VSO geen recht op een transitievergoeding, maar is het verstandig om in de plaats daarvan een ontslagvergoeding af te spreken ter hoogte van (minimaal) de wettelijke transitievergoeding. Heeft u al getekend? Dan heeft u 2 weken bedenktijd nadat de overeenkomst tot stand is gekomen. U kunt de VSO schriftelijk herroepen zonder dat u hier een reden voor hoeft te geven (artikel 7:670b BW). Hiermee trekt u uw handtekening eigenlijk in. Let op: heeft uw werkgever u niet schriftelijk gewezen op deze bedenktijd? Dan heeft u 3 weken de tijd. En verder kunt u dingen afspreken over vrijstelling van werk, het uitbetalen of opnemen van vakantiedagen, positieve referentie/getuigschrift, eventueel het laten vervallen van een concurrentie- of geheimhoudingsbeding, scholingskosten, vergoeding voor juridische kosten, finale kwijting (zodat u en uw werkgever buiten hetgeen in de VSO is opgenomen niets meer van elkaar te vorderen hebben). Tot slot controleer altijd of de gegevens juist zijn, of er een reden voor beëindiging in staat en wat de beëindigingsdatum is.

Wat zijn de ins-and-outs van het concurrentiebeding?

Wat is een concurrentiebeding?

Een concurrentiebeding is een afspraak in een arbeidsovereenkomst tussen de werkgever en werknemer die de werknemer beperkt in zijn bevoegdheid om na het einde van zijn dienstverband te gaan werken bij een andere (soortgelijke) werkgever of als zelfstandige. Het moet dus om concurrerende werkzaamheden gaan.

Wat kan er in een concurrentiebeding staan?

Een concurrentiebeding wordt vaak opgesteld door de werkgever omdat zij niet willen dat een werkgever bij een andere werkgever of als zelfstandige gaat werken met bij hen opgedane kennis en ervaring.
Het concurrentiebeding kan in verschillende vormen voorkomen:

  • Werkzaamhedenbeding: bij dit soort bedingen is omschreven welke werkzaamheden na afloop van de arbeidsovereenkomst niet mag verrichten bij een nieuwe werkgever of als zelfstandige;
  • Werkgeversbeding: hierin is opgenomen bij welke werkgevers de werknemer niet mag werken;
  • Plaatsbeding: regelt in welke plaatsen de werknemer niet mag werken;
  • Relatiebeding: in een relatiebeding staat welke relaties (van de oude werkgever) niet mag benaderen.

 

Wanneer is een concurrentiebeding geldig?

Er zijn een aantal vereisten voor een geldig concurrentiebeding:

  • het beding is schriftelijk overeengekomen. Het beding staat dus uitdrukkelijk in de arbeidsovereenkomst of in de arbeidsovereenkomst wordt verwezen naar bijgevoegde voorwaarden waarin het beding is opgenomen.
  • het beding is overeengekomen met een meerderjarige werknemer.
  • Het beding moet in tijd en ruimte beperkt zijn. Dit is afhankelijk van de omstandigheden van het geval. 

Let erop dat een concurrentiebeding ook na ontslag door de werkgever geldig blijft. Tenzij dit is te wijten aan ernstig verwijtbaar handelen door de werkgever. 

Arbeidsovereenkomst voor onbepaalde of bepaalde tijd

Naast de eerder genoemde eisen, zijn er nog specifieke eisen bij een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd. De werkgever dient een motivering te geven waaruit blijkt dat het beding noodzakelijk is vanwege zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen. Bovendien geldt een dubbele toets: zowel bij begin moest werkgeversbelang bestaan als op het moment dat de werkgever er een beroep op doet.

In een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd kan een concurrentiebeding worden opgenomen zonder een dergelijke motivering van de werkgever.

Concurrentiebeding bij een veranderende arbeidsverhouding

Een wijziging van de arbeidsverhouding kan ervoor zorgen dat een concurrentiebeding geheel of gedeeltelijk zijn werking verliest. Hier is sprake van als er de wijziging ingrijpend genoeg is zodat deze tot gevolg heeft dat het concurrentiebeding aanmerkelijk zwaarder gaat drukken op de werknemer. Als u een andere functie binnen het bedrijf gaat uitvoeren en vanwege die nieuwe functie wordt het concurrentiebeding heel erg beperkend, dan kan het zo zijn dat het concurrentiebeding zijn werking gaat verliezen. Het is, bij de beoordeling van dit vraagstuk, verder van belang of de wijziging van de arbeidsverhouding te voorzien was en of (en in hoeverre) de belangen van werkgever en werknemer bij het concurrentiebeding zijn veranderd.

Wat zijn mijn rechten bij een nulurencontract?

Een nulurencontract is een vorm van een flexibele arbeidsovereenkomst. Er is niet een vast aantal uren afgesproken, maar in plaats daarvan kan de werkgever de werknemer oproepen wanneer de werkgever deze nodig heeft. In beginsel worden alleen de daadwerkelijk gewerkte uren uitbetaald. Daar zijn echter wel bepaalde uitzonderingen op:

  • Bij iedere oproep heeft de werknemer recht op minimaal 3 uur loon, dus ook als er niet of korter wordt gewerkt (als in uw contract een afgesproken werktijd van minder dan 15 uur per week staat en de tijdstippen waarop u moet werken niet zijn vastgelegd).
  • Indien uw arbeidscontract langer dan 3 maanden heeft geduurd en u regelmatig wordt opgeroepen door uw werkgever, ontstaat er een rechtsvermoeden van de arbeidsomvang. U kunt dat recht hebben op een vast aantal uren per week. Dan wordt gekeken naar het aantal uren dat u gemiddeld per maand werkte in de afgelopen 3 maanden. Als uw werkgever het niet eens is met het rechtsvermoeden, moet hij aannemelijk maken waarom dat zo is. Wij raden u aan om zelf de gewerkte uren bij te houden. 

In uw contract kan een loonuitsluitingsbeding staan: u krijgt in de eerste 6 maanden van het contract alleen loon voor de echt gewerkte uren. In uw cao kan een langere uitsluitingsperiode staan.

 

Ben ik verplicht te werken als ik ben ingeroosterd?

U mag een oproep niet weigeren, tenzij u een goede reden heeft. Een voorbeeld van een goede reden is ziekte. Daarnaast is het zo dat als u afspraken heeft gemaakt over werktijden, u deze tijden beschikbaar moet zijn voor werk. Indien u niet wordt opgeroepen, werkt u niet en hoeft uw werkgever u niet te betalen. 

Ziekte

Indien u stond ingeroosterd en ziek wordt, krijgt u minimaal 70% van uw loon. Indien u niet ingeroosterd stond, heeft u geen recht op doorbetaling. De werkgever mag (indien dit in uw arbeidscontract of cao is opgenomen) de eerste 2 dagen van ziekte niet uitbetalen. 

Vakantie en vakantiegeld

Ook bij een nulurencontract heeft u recht op vakantiegeld (8% van het loon) en een doorbetaalde vakantie (4 keer het aantal uren dat u per week werkt per jaar).

Ontslag

Indien u een tijdelijk contract heeft eindigt deze op de afgesproken datum. Indien u een ‘vast’ (onbepaalde tijd) contract heeft, moet uw werkgever opzeggen volgens de regels van het ontslagrecht. Hij mag u dus niet zomaar niet meer inroosteren.

Wijzigingen vanaf 1 januari 2020

1 januari 2020 gaat de Wet Arbeidsmarkt in Balans in en dan zullen een aantal rechten worden versterkt voor mensen met deze vorm van arbeidsovereenkomst:

  • Vanaf 1 januari 2020 kortere opzegtermijn nulurencontract De opzegtermijn voor een nulurencontract is vanaf 1 januari hetzelfde als de oproeptermijn: 4 dagen. In de cao kan een kortere termijn worden afgesproken tot minimaal 1 dag. 
  • Uw werkgever moet u vanaf 1 januari (schriftelijk of elektronisch) minstens 4 dagen van tevoren oproepen voor werk. Als u werkgever u minder dan 4 dagen van tevoren oproept, bent u niet verplicht om te komen werken. Als de werkgever de oproep binnen 4 dagen afzegt of de werktijden verandert, hebt u recht op loon over de uren waarop u was opgeroepen.
  • Vanaf 1 januari 2020 mag uw werkgever u hooguit een jaar als oproepkracht laten werken. Hij mag u daarna niet opnieuw een oproepcontract aanbieden. Deze arbeidsovereenkomst dient hetzelfde aantal uren als waarop u gemiddeld als oproepkracht heeft gewerkt te bevatten. Tenzij u zelf besluit dat u als oproepkracht wilt blijven werken.

Is mijn werkgever verplicht mijn loon door te betalen bij ziekte?

Ziek is een medewerker die door een lichamelijk of geestelijk gebrek (handicap) niet meer in staat is het werk te doen dat hij geacht wordt te verrichten. Een dergelijke definitie brengt met zich mee dat een medewerker alleen ziek wordt gevonden, als hij arbeidsongeschikt is. De ziekte of gebreken kunnen gelegen zijn op het fysieke, verstandelijke of psychische vlak. 

Bij ziekte is uw werkgever verplicht om uw loon door te betalen zolang uw contract nog loopt met een maximum van twee jaar. U heeft recht op minimaal 70 % van uw laatst ontvangen salaris. In de voor u geldende cao of arbeidsovereenkomst kan er worden afgeweken van de wettelijke regels die gelden ten aanzien van de doorbetalingsplicht. U moet daarom goed kijken of er een cao van toepassing is verklaard en anders moet u in uw arbeidsovereenkomst kijken of er iets geregeld is met betrekking tot dit onderwerp. Wordt uw loon door het minimum van 70 % minder dan het voor u geldende wettelijke minimumloon? Dan moet uw werkgever u in ieder geval het minimumloon uitbetalen, dit moet de werkgever de eerste 52 weken van uw ziekte doen.

Als u een tijdelijk contract hebt en deze eindigt tijdens de ziekte, dan hoeft uw werknemer uw contract niet te verlengen en komt u in de ziektewet terecht. U kunt een ziektewetuitkering aanvragen bij het UWV en op die manier een uitkering krijgen tot maximaal twee jaar na de dag van uw ziekmelding.

Er zijn echter een aantal uitzonderingen op de doorbetalingsplicht van de werkgever:

  1. Indien de ziekte door uw opzet is veroorzaakt.
  2. Als u zonder goede reden uw herstel belemmert of vertraagd. Wanneer u bijvoorbeeld onvoldoende meewerkt aan het re-integratie traject of wanneer u weigert om passend arbeid te verrichten.
  3. Als de bedrijfsarts vindt dat u wel kan werken. Wanneer u dit weigert, heeft u geen recht op een loondoorbetaling. Als u van mening bent dat u wel echt arbeidsongeschikt ben, dan kunt u een second opinion aanvragen bij een arts van het UWV. Dit kost 100 euro en moet u zelf betalen.

Voor meer informatie kunt u ons bellen of de site van UWV raadplegen.

Wat houdt een proeftijd in?

Een proeftijd is een beding in de arbeidsovereenkomst waarbij werknemer en werkgever de tijd krijgen om kennis te maken. Ook wordt deze periode vaak gebruikt om te bekijken of ze aan elkaars verwachtingen voldoen. Deze moet schriftelijk en met een meerderjarige werknemer worden aangegaan. Een proeftijd kan zowel in een arbeidsovereenkomst voor bepaalde als onbepaalde tijd worden opgenomen. Sinds enkele jaren is het niet meer mogelijk om een proefperiode overeen te komen indien de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd korter is dan zes maanden. De duur van de proeftijd bij een arbeidsovereenkomst van meer dan zes maanden, maar korter dan twee jaar, is één maand (kan eventueel per cao verlengd worden tot twee maanden). Als de overeenkomst is aangegaan voor twee jaar of langer, dan is de maximale duur van de proeftijd twee maanden. 

Belangrijk is dat de duur van de proeftijd voor beide partijen gelijk moet zijn en schriftelijk overeen wordt gekomen. Indien dat niet het geval is of als de proeftijd langer is dan toegestaan volgens de wet, is de hele proeftijd nietig en geldt het hele beding niet (dit wordt ook de ‘ijzeren proeftijd genoemd’). Bovendien mag in opvolgende arbeidsovereenkomsten niet opnieuw een proeftijd overeen worden gekomen, tenzij het om duidelijk andere vaardigheden van de werknemer gaat.

Als men in de proeftijd al over wil gaan tot opzegging, dan is dat mogelijk. Dat kan op ieder moment gedurende de proeftijd en het ontslag gaat dan onmiddellijk in. Er is daarvoor geen instemming van de werknemer nodig. Een mondelinge verklaring kan voldoende zijn om de gehele arbeidsovereenkomst te beëindigen. Zowel de werknemer al de werkgever kan tijdens de proeftijd de arbeidsovereenkomst opzeggen, zonder dat daarvoor een geldige reden is vereist. Echter, als de werkgever of werknemer om een toelichting vraagt, is de wederpartij wel verplicht om deze schriftelijk te verstrekken. Het is echter niet toegestaan om op discriminerende gronden de arbeidsovereenkomst op te zeggen.

Personen, familie -en erfrecht

Wat moet ik doen als ik wil scheiden maar mijn partner wil geen ouderschapsplan maken?

Weigert je partner mee te werken aan een ouderschapsplan dan kan je zelf eenzijdig een ouderschapsplan opstellen. In het eenzijdige ouderschapsplan moet wel vermeld worden wat de reden is waarom het niet gelukt is om het ouderschapsplan gezamenlijk op te stellen. Dit ouderschapsplan wordt ingediend bij de Rechtbank en die oordeelt of de reden voor het niet tot stand komen van een gezamenlijk ouderschapsplan een gegronde reden is. Het is mogelijk dat de rechter alsnog de ouders verwijst naar een deskundige om toch samen te proberen een ouderschapsplan op te stellen. Als het blijkt dat niet genoeg aandacht is geschonken aan de mogelijkheid om samen een ouderschapsplan op te stellen kan de rechter besluiten om die reden de echtscheiding (nog) niet uit te spreken.

Ik ben slechts de verwekker van een kind, heb ik nu plichten tegenover het kind?

Zeker. Artikel 394 van het eerste boek van het Burgerlijk Wetboek bepaalt:” De verwekker van een kind dat alleen een moeder heeft, alsmede de persoon die als levensgezel van de moeder ingestemd heeft met een daad die de verwekking van het kind tot gevolg kan hebben gehad, is als ware hij ouder verplicht tot het voorzien in de kosten van verzorging en opvoeding van het kind dan wel, na het bereiken van de meerderjarigheid van het kind, tot het voorzien in de kosten van levensonderhoud en studie overeenkomstig de artikelen 395a en 395b. Nadien bestaat deze verplichting slechts in geval van behoeftigheid van het kind.” Er rust dus een plicht tot het voorzien van kosten voor de verzorging en opvoeding.

Ik ben ouder, maar ik heb geen gezag over mijn kind, mag ik contact hebben met mijn kind?

In het algemeen wel. Artikel 377a lid 1 van het eerste boek van het Burgerlijk Wetboek schrijft: “Het kind en de niet met het gezag belaste ouder hebben recht op omgang met elkaar.”
Echter, in lid 3 staan gevallen waarin de rechter omgang met het kind ontzegt. Deze zijn:

  1. Als de omgang ernstig nadeel zou opleveren voor de geestelijke of lichamelijke ontwikkeling van het kind
  2. Indien de ouder kennelijk ongeschikt of kennelijk niet in staat moet worden geacht tot omgang
  3. In het geval dat het kind dat twaalf jaren of ouder is, bij zijn verhoor van ernstige bezwaren tegen omgang met zijn ouder heeft doen blijken
  4. Of de omgang anderszins in strijd is met zwaarwegende belangen van het kind.

Er is geen testament. Wie zijn nu de erfgenamen?

Je kan erfgenaam zijn volgens de wet of door een testament. Indien de overledene geen testament heeft gemaakt dan gelden de wettelijke regels. Dan zijn de volgende vier groepen aan te merken als erfgenamen:

  • Kinderen, de echtgenoot, of de geregistreerde partner
  • Ouders, broers, zusters (of hun afstammelingen)
  • Grootouders of hun kinderen (zoals: ooms tantes etc.)
  • Verdere afstammelingen

Als er personen in de eerste groep vallen dan zijn alleen mensen uit de eerste groep erfgenaam. Indien er alleen personen zijn die in de tweede groep vallen dan zijn alleen deze personen erfgenaam enzovoort. Is een beoogd erfgenaam overleden dan treden de kinderen van de beoogd erfgenaam in haar plaats, dit wordt ook wel plaatsvervulling genoemd.

 

Heeft de overleden een echtgenoot en kinderen, dan erft de echtgenoot samen met de kinderen, ieder een gelijk deel. De wettelijke verdeling is dan van toepassing.

Hoe zit het met gerechtelijke vaststelling?

Gerechtelijke vaststelling is het laatste middel om een familierechtelijke band te scheppen tussen ouder en kind. De wet heeft dit vastgelegd in artikel 1:207 BW. Een aantal belangrijke punten:

  1. Gerechtelijke vaststelling kan geschiedden indien het de verwekker betreft, of de metgezel van de moeder die heeft ingestemd met een daad die de verwekking van het kind tot gevolg kan hebben gehad.
  2. De moeder kan deze ouderschap aanvragen, mits het kind nog geen 16 jaar oud is. Ook het kind kan dit altijd aanvragen
  3. Vatstelling van het ouderschap is onmogelijk als het kind al twee ouders heeft. Ook is dit niet mogelijk als de persoon van wie men ouderschap wilt vaststellen, geen huwelijk of geregistreerd partnerschap met de moeder zou mogen sluiten. Verder is het niet mogelijk als deze persoon nog geen 16 jaar oud is.
  4. De moeder moet binnen vijf jaar van de geboorte van het kind deze gerechtelijke vaststelling aanvragen. Indien dit niet mogelijk is, omdat de identiteit van diegene over wie vaststelling plaat zou vinden tot nu niet bekend was, dan heeft de moeder vijf jaar de tijd vanaf het moment dat deze identiteit haar bekend is geworden.
Consumentenrecht

Ben ik gebonden aan een koop op afstand?

In beginsel wel. Het is een misverstand om te denken dat u pas gebonden bent aan een overeenkomst als u uw handtekening zet. Koop op afstand is een specifiek soort consumentenkoop – waarbij de verkoper handelt in de uitoefening van beroep of bedrijf en een roerende zaak verkoopt aan de koper; de consument. Onder koop op afstand vallen alle technieken die een verkoper in kan zetten voor een verkoop op afstand, bijvoorbeeld verkoop via internet of telefonische verkoop.

Bij koop op afstand biedt de wet de koper wel extra bescherming. Voordat u het product koopt is de verkoper bijvoorbeeld verplicht u te informeren over kenmerken van het product, wijze van betaling en de kosten van aflevering (art. 6:230m BW). Daarnaast heeft u een herroepingsrecht (bedenktijd) van 14 dagen om het product te testen (art. 6:230o lid 1 BW). Deze termijn kan zelfs verlengd worden als de verkoper u niet juist of onvolledig heeft geïnformeerd. Binnen de termijn van het herroepingsrecht kunt u de koop zonder opgave van redenen ontbinden. Hiervoor kunnen, anders dan de verzendkosten om het product terug te sturen, ook geen kosten voor in rekening worden gebracht. In uitzonderlijke gevallen is er geen sprake van een herroepingsrecht (art. 6:230p BW). Dit is bijvoorbeeld het geval indien het product snel bederft, als het product om hygiënische redenen niet teruggestuurd mag worden of bij kranten en/of tijdschriften.

NB: op het moment dat u iets koopt bij een colporteur – bijvoorbeeld een straatverkoper of iemand die aan uw deur komt – dan heeft u ook een herroepingsrecht. De termijn is hierbij echter geen 14 maar 8 dagen.

Als ik akkoord ben gegaan met de algemene voorwaarden, gelden de bedingen uit die algemene voorwaarden dan altijd?

Een verkoper kan tot op zekere hoogte zelf bepalen wat hij in zijn algemene voorwaarden zet. Als u als consument akkoord bent gegaan met deze algemene voorwaarden dan bent u gebonden aan deze voorwaarden. In bepaalde gevallen heeft een geding uit de algemene voorwaarden, ondanks dat u er akkoord mee bent gegaan, geen gelding. In de wet zijn de ‘zwarte en grijze lijst’ opgenomen om de consument bescherming te bieden tegen bedingen die zijn opgenomen in de algemene voorwaarden die niet eerlijk zijn. Bedingen die zijn opgenomen in de zogenoemde zwarte en grijze lijst zijn een uitwerking van de toetsingsnorm wanneer een beding als onredelijk bezwarend wordt gezien. De zwarte lijst (art. 6:236 BW) bevat bedingen waarvan vast staat dat ze onredelijk bezwarend zijn. Bedingen die opgenomen zijn in de grijze lijst (art. 6:237 BW) worden vermoed onredelijk bezwarend te zijn. Indien u akkoord bent gegaan met de algemene voorwaarden, maar een beding uit de algemene voorwaarden als onredelijk bezwarend wordt gezien, dan kan dit beding vernietigd worden en bent u er, ondanks dat u akkoord bent gegaan met de algemene voorwaarden, niet aan gebonden.

Mijn product is stuk, heb ik nog garantie?

Wanneer u een product koopt, heeft u wettelijk recht op garantie. Dit kan verkopersgarantie of fabrieksgarantie zijn. Bij verkopersgarantie zal de verkoper het product zelf herstellen als het binnen de garantietermijn valt. Bij fabrieksgarantie is de fabriek verantwoordelijk voor het herstel.

Wat onder de garantie valt en hoe lang de garantietermijn is, staat op het garantiebewijs en vaak ook in de algemene voorwaarden. Echter, als de verkoper kan bewijzen dat het uw eigen schuld is dat het product niet meer “conform” is, kan de garantie wat betreft die schade komen te vervallen.

Als de garantietermijn is verlopen, kunt u soms alsnog garantie krijgen. Van sommige producten mag u namelijk verwachten dat het een bepaald aantal jaren langer meegaat. Hoe dat zit met uw product, kunt u vaak op internet vinden. Ook kan het zijn dat de verkoper tegen u heeft gezegd dat het product een minimaal aantal jaren mee zal gaan. U kunt dan teruggaan naar de verkoper en het product op zijn kosten laten herstellen.

Zijn de algemene voorwaarden altijd van toepassing op een overeenkomst?

Ter bescherming van de wederpartij biedt de wet de mogelijkheid aan consumenten en kleine bedrijven om algemene voorwaarden ongeldig te laten verklaren.

Voor de toepasbaarheid van algemene voorwaarden is het niet vereist dat de gebruiker de algemene voorwaarden heeft gelezen. Hierdoor zijn ze al gauw geldend. Wel is vereist dat de gebruiker van de algemene voorwaarden aan zijn informatieplicht heeft voldaan. Indien de gebruiker geen redelijke mogelijkheid aan de wederpartij heeft geboden om kennis te nemen van deze algemene voorwaarden kunnen deze vernietigd worden.

Hoe de informatieplicht nagekomen kan worden is afhankelijk van de overeenkomst, de wijze van totstandkoming van de overeenkomst en de hoedanigheid van partijen.

Hoofdregel

De informatieplicht houdt in dat de gebruiker van de algemene voorwaarden aan de consument een redelijke mogelijkheid biedt om van de algemene voorwaarden kennis te nemen. Hoofdregel is dat de algemene voorwaarden voor of bij het sluiten van de overeenkomst aan de wederpartij ter hand dienen te worden gesteld. Dit wil zeggen dat de algemene voorwaarden aan de wederpartij moeten worden overhandigd of onder verwijzing op een offerte dienen te staan.

Er zijn een aantal uitzonderingen op de hoofdregel

  • Als het redelijkerwijs niet mogelijk is om de algemene voorwaarden ter hand te stellen aan de wederpartij dan moet de gebruiker van de voorwaarden voor de totstandkoming van de overeenkomst de wederpartij mededelen dat de voorwaarden ter inzage bij hem liggen of verwijzen naar de Kamer van Koophandel.
  • Indien partijen professionele partijen zijn is dit anders. Worden de algemene voorwaarden bij de eerste overeenkomst op de juiste manier ter hand gesteld dan is dit niet meer nodig bij overeenkomsten in de toekomst tussen dezelfde partijen.
  • De eis van terhandstelling geldt niet voor grotere wederpartijen (bedrijven met meer dan 50 werknemers of een gepubliceerde jaarrekening). Ten opzichte van deze wederpartijen kan volstaan worden met een verwijzing naar de algemene voorwaarden.

Op het moment dat een overeenkomst elektronisch tot stand is gekomen, moeten de algemene voorwaarden ook langs elektronische weg ter beschikking worden gesteld.

Heb ik op tijd geklaagd over mijn product?

Vaak zijn er in de overeenkomst bepalingen opgenomen die regelen binnen welke termijn er kan worden geklaagd over een product en wat de gevolgen voor jou zijn. Als deze bepalingen niet zijn opgenomen in de overeenkomst zijn er wettelijke bepalingen van toepassing.

Allereerst moet je onderzoeken wat voor een soort koop het is. Dit is van belang omdat er voor consumentenkoop speciale regels in het leven zijn geroepen, om de zwakkere partij te beschermen tegen de sterkere partij. Een consumentenkoop is de koop met betrekking tussen een professionele verkoper en een consument. Gewone koop is koop is de koop met betrekking tussen twee consumenten of koop tussen twee professionele partijen. Vervolgens dient er te worden gekeken of de zaak beantwoordt aan de overeenkomst door te toetsen aan het conformiteitsbeginsel.

Een zaak beantwoordt niet aan de overeenkomst indien zij, mede gelet op de aard van de zaak en de mededelingen die de verkoper over de zaak heeft gedaan, niet de eigenschappen bezit die de koper op grond van de overeenkomst mocht verwachten. De koper mag verwachten dat de zaak de eigenschappen bezit die voor een normaal gebruik daarvan nodig zijn en waarvan hij de aanwezigheid niet behoefde te betwijfelen, alsmede de eigenschappen die nodig zijn voor een bijzonder gebruik dat bij de overeenkomst is voorzien.

Bij consumentenkoop wordt er als laatste gekeken of er op tijd is geklaagd. Een redelijke termijn om te klagen is binnen twee maanden.

Bij gewone koop wordt er één stap extra toegevoegd voordat er wordt gekeken naar de klachttermijn. Er moet namelijk eerst worden gekeken of jij hebt voldaan aan je onderzoeksplicht.

Welke kwaliteit had je van de verkoper mogen verwachten? Hierbij dient te worden gekeken naar de plek waar je het product hebt gekocht. Als dit in een winkel was, mocht je hier meer van verwachten dan dat je het had gekocht op een rommelmarkt. Was het gebrek makkelijk zichtbaar of is het een technisch gebrek dat niet met het blote oog zichtbaar is? Op welke wijze treedt het gebrek aan het licht? Er wordt ook gewicht toegekend aan de deskundigheid die je van het product hebt.

Als laatste dient er te worden bepaald of er op tijd is geklaagd waarbij een klachttermijn van twee maanden te allen tijde op tijd is. Wordt deze termijn geschonden dan dient er een belangenafweging plaats te vinden tussen deze twee partijen. Alle omstandigheden van het geval zijn hier van belang. Tijd is dus niet doorslaggevend voor een geslaagd beroep op klachtplicht. Er moet worden gekeken naar eventueel nadeel dat de verkoper heeft geleden door het overschrijven van de klachttermijn. Als de verkoper hier geen nadeel door heeft geleden kan dit in jouw voordeel werken en prepareert dit het overschrijven van de klachttermijn.

Contact

Stichting Rechtswinkel Amsterdam

Dusartstraat 50-52
1072 HT Amsterdam

Tel: 020-6731311

Linkedin